ECLI:NL:RVS:2021:1540
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan Bedrijvenpark Oudeland 2019 fase 1 inzake detailhandel en groothandel diervoeder
De raad van de gemeente Lansingerland stelde op 31 oktober 2019 het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Oudeland 2019 - fase 1' vast. Een groothandel in diervoeder met detailhandel aan een perceel in Berkel en Rodenrijs, appellante, stelde beroep in tegen dit plan omdat zij haar bedrijf wilde voortzetten op een andere locatie binnen het bedrijvenpark, maar het plan zou volgens haar de vestiging van zelfstandige detailhandel in diervoeder niet toestaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante ontvankelijk is in haar beroep, ondanks dat zij geen zakelijk recht op de gronden heeft, omdat zij een zienswijze had ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. De Afdeling beoordeelde vervolgens de inhoudelijke gronden van het beroep. Appellante stelde dat haar detailhandel in diervoeder niet als volumineuze goederen kwalificeert en dat het plan te beperkend is, mede omdat de raad onvoldoende overleg zou hebben gevoerd met de provincie Zuid-Holland.
De Afdeling stelde vast dat het bestemmingsplan de gronden bestemde als bedrijventerrein met functieaanduiding bedrijf tot en met milieucategorie 3.2, waarbij detailhandel alleen onder voorwaarden is toegestaan. De detailhandel in diervoederverpakkingen van 1 tot 25 kg valt niet onder de categorie volumineuze goederen. De raad heeft de Omgevingsverordening Zuid-Holland 2019 betrokken en overleg gevoerd met de provincie, die geen ruimte zag voor vestiging van zelfstandige detailhandel op deze locatie buiten een winkelcentrum. Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden omdat geen concrete toezeggingen waren gedaan. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard.