ECLI:NL:RVS:2021:1549
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J. Hoekstra
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang wegens onvoldoende spoedeisendheid bij opslag gevaarlijke stoffen
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede besloot op 13 november 2018 bestuursdwang toe te passen zonder voorafgaande last vanwege de aanwezigheid van 76 vaten met gevaarlijke stoffen op het perceel van appellant. Deze stoffen vormden een risico voor milieu en omgeving. Het besluit werd vervangen en gehandhaafd in latere besluiten, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat op het moment van het besluit (13 november 2018) sprake was van een spoedeisende situatie zoals vereist in artikel 5:31, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er ontbraken onder meer schriftelijke rapporten van deskundigen die spoedeisendheid bevestigden. Bovendien had appellant een termijn gekregen om zelf een plan van aanpak in te dienen, wat niet strookte met acute spoed.
De Afdeling vernietigde het besluit van 25 november 2019 en herroept de besluiten van 21 juni 2019 en 13 november 2018. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende en duidelijk bewijs van spoedeisendheid bij toepassing van bestuursdwang zonder voorafgaande last.
Uitkomst: Het besluit tot bestuursdwang zonder voorafgaande last wordt vernietigd wegens onvoldoende spoedeisendheid.