ECLI:NL:RVS:2021:1567
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 januari 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 februari 2021 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de procedure gaf de staatssecretaris aan dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken, maar de vreemdeling liet weten dat zij nog in Nederland verbleef en de procedure wilde voortzetten.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling nog steeds belang had bij de beoordeling van het hoger beroep. Desondanks leidde het hoger beroep niet tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevatte die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin betroffen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.