ECLI:NL:RVS:2021:1573
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid derde asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten
De vreemdeling diende een derde asielaanvraag in, die door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard omdat er geen nieuwe feiten of bevindingen waren die een vergunning konden rechtvaardigen. De vreemdeling kon vanwege mentale beperkingen niet gehoord worden en kon ook geen schriftelijk asielrelaas indienen.
De rechtbank oordeelde dat het FMMU-advies onvoldoende gemotiveerd was en dat de staatssecretaris zorgvuldig had gehandeld door de vreemdeling de mogelijkheid te bieden zijn aanvraag schriftelijk toe te lichten. De rechtbank vond dat de verklaringen van de vreemdeling bij eerdere aanvragen en tegenover de KMar voldoende waren om de aanvraag te beoordelen.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de rechtbank buiten het geschil was getreden en dat de staatssecretaris meer tijd had moeten geven voor behandeling. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris voldoende zorgvuldigheid betrachtte, dat de vreemdeling ruimschoots gelegenheid had gekregen en dat het ontbreken van nieuwe feiten de niet-ontvankelijkverklaring rechtvaardigde.
De Raad van State bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de derde asielaanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten.