ECLI:NL:RVS:2021:1582
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing ondergrondse afvalcontainers aan de Glashaven in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft bij besluit van 14 september 2020 locatie 4.4 aan de Glashaven aangewezen voor de plaatsing van twee ondergrondse restafvalcontainers en een ondergrondse glascontainer. Dit besluit is genomen om te voldoen aan de regelgeving omtrent afvalinzameling en om de bestaande situatie met rolcontainers die permanent buiten staan te verbeteren.
Appellant, wonend nabij deze locatie, heeft bezwaar gemaakt tegen de plaatsing vanwege geluidsoverlast van de glascontainer en de nabijheid ervan onder zijn slaapkamerraam. Hij stelt dat zijn woon- en leefklimaat hierdoor wordt aangetast. Het college heeft het besluit deels aangepast door één restafvalcontainer in te trekken, maar de glascontainer bleef gehandhaafd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat het college voldoende rekening heeft gehouden met belangen en dat de locatie voldoet aan het Programma van eisen. De afstand tussen de container en de woning is circa 10 tot 14 meter, wat niet te dicht is. Het geluidsoverlastargument is niet aannemelijk gemaakt. Ook zijn de door appellant voorgestelde alternatieve locaties niet geschikt vanwege technische en ruimtelijke beperkingen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers aan de Glashaven is ongegrond verklaard.