ECLI:NL:RVS:2021:1599
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.Th. Drop
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens vrachtverkeer nabij woning in Dordrecht
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht om schadevergoeding wegens beschadiging van zijn woning door zwaar vrachtverkeer dat sinds de verbouwing van een nabijgelegen supermarkt rond 2000 fors is toegenomen. Het college wees dit verzoek af, wat door appellant werd aangevochten via bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling bekeek de juridische en feitelijke gronden, waaronder eerdere verkeersbesluiten die een inrijverbod voor vrachtwagens in de Damstraat instelden en de vraag of deze besluiten schade veroorzaakten of verergerden. Deskundigenrapporten werden betrokken, waarbij het rapport van Lengkeek concludeerde dat de schade niet door het vrachtverkeer of de besluiten was veroorzaakt, maar mogelijk door de sloop van een nabijgelegen pand.
De Afdeling oordeelde dat de verkeersbesluiten van 21 mei 2003 en 23 maart 2004 een verbetering vormden en geen nadeelcompensatie rechtvaardigen. Tevens werd vastgesteld dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de onrechtmatige besluiten van 4 maart 2009 en 2 februari 2011 hebben geleid tot een verergering van de schade na die data. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.