ECLI:NL:RVS:2021:1622
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen uitzetting vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 juni 2021 besloten om de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Hiertegen heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 juli 2021 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep op 20 juli 2021 was ingesteld en dat de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken. Daarom werd bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening getroffen om de voorgenomen uitzetting op 22 juli 2021 om 10:05 uur te schorsen. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toerekenbaar waren aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening zorgt ervoor dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de rechter nog niet inhoudelijk heeft beslist over het verzoek tot voorlopige voorziening. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter E. Steendijk, met griffier D.I. van Kesteren, op 21 juli 2021.
Uitkomst: De voorgenomen uitzetting van de vreemdeling op 22 juli 2021 wordt geschorst en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.