ECLI:NL:RVS:2021:1653
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning bedrijfswoning in agrarisch gebied Dronten
Het college van burgemeester en wethouders van Dronten verleende op 11 september 2019 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning op een perceel met agrarische bestemming, waar volgens het bestemmingsplan geen bedrijfswoning is toegestaan. Een omwonende, appellante, stelde beroep in tegen deze vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat de gemeenteraad alsnog een verklaring van geen bedenkingen had afgegeven.
Appellante stelde in hoger beroep dat de bedrijfsactiviteiten op het perceel in strijd zijn met de agrarische bestemming omdat er geen teelt plaatsvindt, maar opslag en verwerking van gewassen. De Afdeling oordeelde dat het perceel onderdeel is van een grondgebonden agrarisch bedrijf en dat opslag en verwerking niet in strijd zijn met de bestemming. De Afdeling stelde vast dat het college alleen afweek voor de bedrijfswoning en niet voor ander planologisch strijdig gebruik.
Verder betoogde appellante dat het college de vergunning had moeten weigeren wegens het ontbreken van noodzaak voor de bedrijfswoning en dat haar belangen onvoldoende waren meegewogen, zoals uitzichtbeperking en toename vrachtverkeer. De Afdeling oordeelde dat het college de belangen zorgvuldig had afgewogen, rekening houdend met de planologische mogelijkheden en dat de toename van vrachtverkeer geen gevolg is van de vergunning. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde motivering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde gronden.