Uitspraak
Datum uitspraak: 28 juli 2021
BESTUURSRECHTSPRAAK
Raad van State
De raad van de gemeente West Betuwe stelde op 17 december 2019 het bestemmingsplan "Achterstraat achter 18-22 Beesd" vast, dat de bouw van een appartementencomplex met vier woningen mogelijk maakt. Omwonenden, waaronder appellant sub 1, appellanten sub 2 en appellant sub 3, maakten bezwaar tegen het plan vanwege onder meer de bouwhoogte, aantasting van woon- en leefklimaat, privacy en procedurele onzorgvuldigheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde de ingebrachte beroepsgronden. De procedure werd als zorgvuldig beoordeeld, en de raad had de zienswijzen van appellant sub 3 adequaat betrokken. Het plan werd als stedenbouwkundig passend beschouwd ondanks de grotere omvang en hoogte van het appartementencomplex ten opzichte van omliggende woningen.
Wel constateerde de Afdeling dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom het plan geen onaanvaardbare aantasting van privacy en woon- en leefklimaat voor appellant sub 1 en appellanten sub 2 oplevert. Ook was het akoestisch onderzoek gebrekkig en was onvoldoende onderzocht of de bouwmogelijkheden binnen het bouwvlak ruimtelijk aanvaardbaar zijn. Daarom werd een bestuurlijke lus opgelegd om deze gebreken binnen 20 weken te herstellen.
Het beroep van appellant sub 3 werd ongegrond verklaard, waarmee zijn procedure werd afgesloten. Over de proceskosten en griffierecht voor appellant sub 1 en appellanten sub 2 zal in de einduitspraak worden beslist.
Uitkomst: Het beroep van appellant sub 3 is ongegrond verklaard; voor appellant sub 1 en appellanten sub 2 is een bestuurlijke lus opgelegd om gebreken in het bestemmingsplan binnen 20 weken te herstellen.