ECLI:NL:RVS:2021:1662
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke lus wegens onvoldoende motivering locatie ondergrondse restafvalcontainers in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 14 juli 2020 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (orac’s), waaronder locatie 87B-57A nabij de woning van appellant. Appellant betoogde dat deze locatie ongeschikt is vanwege mogelijke geluidsoverlast, zwerfafval en aantasting van woonbeleving, en stelde drie alternatieve locaties voor die volgens hem geschikter zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetste het besluit aan het kader van randvoorwaarden zoals loopafstand, parkeren, bomen, infrastructuur, bereikbaarheid en veiligheid. De Afdeling concludeerde dat het college de aangewezen locatie redelijkerwijs geschikt kon achten en de bezwaren van appellant onvoldoende zwaarwegend waren. Wel oordeelde de Afdeling dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de eerste alternatieve locatie, een parkeerplaats bij een groenstrook, die volgens appellant minder nadelen oplevert.
De Afdeling constateerde dat het besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarom werd toepassing van de bestuurlijke lus bevolen: het college moet binnen zes weken het gebrek herstellen door nader onderzoek en motivering of door het besluit te wijzigen. De Afdeling zal in een einduitspraak beslissen over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college van Den Haag wordt opgedragen binnen zes weken het besluit te herstellen door nader onderzoek en motivering of wijziging van de locatie voor de ondergrondse restafvalcontainers.