ECLI:NL:RVS:2021:1678
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit opslag petroleumcokes wegens onvoldoende bodembedreiging
ESD-SIC B.V. exploiteert een inrichting voor siliciumcarbideproductie waarbij petroleumcokes worden opgeslagen, bewerkt en verwerkt. Het college van gedeputeerde staten van Groningen legde ESD een last onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 2.9, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, omdat de opslag niet voldeed aan bodembeschermende eisen.
De rechtbank verklaarde het beroep van ESD ongegrond, mede op basis van een advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) dat petroleumcokes als bodembedreigend worden beschouwd. ESD stelde hoger beroep in en overhandigde aanvullend uitloogonderzoek uitgevoerd door een gecertificeerde instelling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de nieuwe onderzoeken aantonen dat de petroleumcokes niet uitlogen boven de grenzen van het Besluit bodemkwaliteit, waardoor zij niet als bodembedreigend kunnen worden aangemerkt. Het college heeft daardoor niet aangetoond dat er sprake is van een bodembedreigende activiteit en was niet bevoegd tot handhaving. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en besluiten worden vernietigd en de last onder dwangsom komt te vervallen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het handhavingsbesluit tegen ESD-SIC B.V. wordt vernietigd.