ECLI:NL:RVS:2021:168
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.C.M.A. Michiels
- G.M.H. Hoogvliet
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet vaststellen bestemmingsplan woningen Ouddorp wegens onvoldoende motivering
De appellant, eigenaar van gronden op de hoek van de Westerweg en de Oude Nieuwlandseweg in Ouddorp, wilde zes recreatiewoningen realiseren. Het college verleende aanvankelijk medewerking en stelde een ontwerpbestemmingsplan op, maar de gemeenteraad besloot het plan in maart 2019 niet vast te stellen vanwege een aantasting van het landschap.
De appellant stelde beroep in en voerde onder meer aan dat de raad het vertrouwensbeginsel had geschonden en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De Raad van State oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden omdat het gemeentelijk beleid geen concrete toezeggingen bevatte en de raad altijd een belangenafweging moet maken.
Wel stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat het besluit van de raad onvoldoende was gemotiveerd, omdat het niet duidelijk was hoe de raad de belangen had afgewogen, met name ten aanzien van het principebesluit van het college en de anterieure overeenkomst.
Na nadere motivering door de raad, onder meer met een landschapsanalyse, kon de Afdeling de rechtsgevolgen van het besluit in stand laten. De Raad van State vernietigde het besluit formeel maar handhaafde de rechtsgevolgen en veroordeelde de raad tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit om het bestemmingsplan niet vast te stellen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.