ECLI:NL:RVS:2021:1686
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen vervallen inschrijving beëdigd tolk en vertaler
Appellant verzocht op 23 januari 2019 om verlenging van zijn inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv), nadat zijn inschrijving op 19 januari 2019 was verlopen. De minister deelde mee dat de inschrijving van rechtswege was vervallen omdat het verzoek niet tijdig was ingediend. Het bezwaar van appellant tegen deze mededeling werd door de minister niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de brief geen besluit was en dat de minister terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard. Appellant stelde in hoger beroep dat de brief wel een besluit was vanwege het rechtsgevolg dat hij niet langer als beëdigd tolk mocht optreden. Tevens voerde hij aan dat psychische problemen hem verhinderden tijdig verlenging te verzoeken.
De Raad van State oordeelde dat de inschrijving van rechtswege verviel op grond van de Wet beëdigde tolken en vertalers en het Besluit verlenging inschrijving Rbtv. De brief van de minister bevatte slechts een mededeling van dit rechtsgevolg en was geen besluit. De rechtbank heeft terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. De psychische problematiek kon niet worden meegewogen omdat de minister geen beleidsruimte had bij het van rechtswege vervallen van de inschrijving.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.