ECLI:NL:RVS:2021:1712
Raad van State
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beslissing over geheimhouding van stukken in hoger beroep bestuursrechtelijke zaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De minister van Buitenlandse Zaken overlegde vertrouwelijke stukken aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De minister verzocht om geheimhouding van twee specifieke stukken vanwege gewichtige redenen, terwijl andere stukken zonder beroep op geheimhouding werden gedeeld.
De Afdeling moest beoordelen of de weigering tot volledige kennisneming van deze stukken gerechtvaardigd was. Hierbij werd een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen om over alle relevante informatie te beschikken en het belang van bescherming van bronnen en onderzoeksmethoden.
De Afdeling oordeelde dat de bescherming van de geraadpleegde bronnen en de gehanteerde methoden zwaarder woog dan het belang van de wederpartij om kennis te nemen van de stukken. Daarom werd het verzoek tot beperkte kennisneming van de stukken 14 en 15 toegewezen, waarbij een geanonimiseerde versie aan partijen kon worden verstrekt.
De beslissing werd uitgesproken door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 3 augustus 2021.
Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen wegens bescherming van bronnen en onderzoeksmethoden.