ECLI:NL:RVS:2021:1714

Raad van State

Datum uitspraak
2 augustus 2021
Publicatiedatum
2 augustus 2021
Zaaknummer
202104001/1/V3 en 202104001/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • E. Steendijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 85 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

De vreemdeling had bij besluit van 6 januari 2021 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 juni 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was omdat de vreemdeling niet had toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor geen inhoudelijk oordeel kon worden gegeven. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.

De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter mr. E. Steendijk, waarbij mr. M.T. Annen als griffier aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De uitspraak werd openbaar gedaan op 2 augustus 2021.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

202104001/1/V3 en 202104001/2/V3.
Datum uitspraak: 2 augustus 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 15 juni 2021 in zaak nr. NL21.555 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 6 januari 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 15 juni 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.W.F. Menick, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000).
2.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Annen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2021
765