ECLI:NL:RVS:2021:1736
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G.M.H. Hoogvliet
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens onvoldoende naleving zorgvuldigheidseisen houtimport uit Myanmar
Appellanten importeerden teakhout uit Myanmar en kregen een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet volledig doorlopen van het stelsel van zorgvuldigheidseisen volgens de EU Houtverordening. De minister trad handhavend op na constateringen van de NVWA dat niet aan de zorgvuldigheidseisen werd voldaan.
De rechtbank oordeelde dat appellanten onvoldoende informatie over de gehele keten konden overleggen, waaronder over de kaplocatie, en dat zij onvoldoende mitigerende maatregelen hadden getroffen. Het beroep tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst op het doel van de Houtverordening om illegale houtkap te bestrijden. De last onder dwangsom is niet gelijk aan een algemeen importverbod en is proportioneel en duidelijk geformuleerd. Prejudiciële vragen zijn niet nodig omdat de regelgeving voldoende duidelijk is.
De Raad van State oordeelt dat de minister bevoegd was tot handhaving zonder voorafgaande schriftelijke waarschuwing en dat de dwangsommen passend zijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.