ECLI:NL:RVS:2021:1765
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State bij hoger beroep tegen verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling
Bij besluit van 19 april 2021 verlengde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn van een eerder opgelegde bewaringsmaatregel aan een vreemdeling met maximaal drie maanden. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 juni 2021 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog echter dat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tegen de verlenging van een bewaringsmaatregel geen hoger beroep mogelijk is, waardoor zij zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het hoger beroep.
Omdat de rechtbank ten onrechte had vermeld dat hoger beroep mogelijk was, werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die waren gemaakt voor de behandeling van het hoger beroep. De Afdeling sprak dit uit in een openbare uitspraak op 5 augustus 2021.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.