ECLI:NL:RVS:2021:1774
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunningen vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 november 2020 besluiten genomen waarbij aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zijn afgewezen. De vreemdelingen maakten bezwaar en verzochten om rechtstreeks beroep bij de rechtbank, waaraan de staatssecretaris instemde. De rechtbank verklaarde bij uitspraak van 22 juni 2021 de beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De vreemdelingen leverden een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter weegt de belangen van beide partijen en besluit de voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit betekent dat de staatssecretaris niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling bestuursrechtspraak een beslissing op het hoger beroep heeft genomen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.