ECLI:NL:RVS:2021:1799
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen plaatsing ondergrondse restafvalcontainer nabij Royaards van den Hamkade te Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 30 juni 2020 locatie 2282 nabij Royaards van den Hamkade 57 aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (orac). Appellanten, wonend in de directe omgeving, maakten bezwaar uit vrees voor verkeersveiligheidsproblemen en overlast bij het legen van de container.
Na het ongegrond verklaren van het bezwaar door het college, stelden appellanten beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het college de locatie in redelijkheid kon aanwijzen en of er een geschiktere alternatieve locatie was.
De Afdeling oordeelt dat het college de locatie 2282 terecht geschikt achtte, mede gelet op de richtlijnen voor plaatsing van orac’s en de toelichting dat het inzamelvoertuig de oversteekplaats niet zal blokkeren en voldoende zicht op het verkeer heeft. Het betoog dat het legen van de container een afschrikwekkend effect zou hebben, faalt omdat het legen slechts kortdurend en gemiddeld eenmaal per week plaatsvindt.
Ten aanzien van de alternatieve locatie aan de westzijde van de Royaards van den Hamkade stelt de Afdeling vast dat deze locatie vanwege leidingen in de bodem ongeschikt is en dat het college terecht heeft gewezen op verkeersveiligheidsoverwegingen om bewoners niet de straat te laten oversteken.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt het college niet tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de plaatsing van de ondergrondse restafvalcontainer wordt ongegrond verklaard.