ECLI:NL:RVS:2021:1833
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.W.M. Bijloos
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na planologische wijziging in Lopik
Appellant is sinds 1989 eigenaar van een perceel in Lopik en verzocht in 2014 om tegemoetkoming in planschade vanwege waardevermindering door een bestemmingsplan uit 2007. Het college wees de aanvraag in 2018 af, gesteund op een advies van Langhout & Wiarda dat stelde dat de waardevermeerdering van de woning de waardevermindering van het perceel ruimschoots compenseerde.
Appellant betwistte dit en verwees naar een eerder advies van Thorbecke B.V., dat een netto waardevermindering van €36.000 concludeerde. Het college verwierp dit advies vanwege onjuiste uitgangspunten, onder meer het gebruik van een te groot bouwvlak en het niet meenemen van positieve bestemmingen voor een deel van de agrarische bebouwing.
De rechtbank bevestigde het collegebesluit en oordeelde dat het college voldoende had gemotiveerd waarom het advies van Thorbecke niet gevolgd werd. Appellant stelde dat hij niet adequaat gehoord was vanwege het ontbreken van een fysieke zitting, maar dit werd verworpen omdat hij geen verzoek tot fysieke zitting had ingediend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade wordt bevestigd.