ECLI:NL:RVS:2021:1835
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer na ademalcoholmeting
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die het beroep tegen de oplegging van een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) door het CBR ongegrond verklaarde. Het CBR had de EMA opgelegd nadat de politie een ademalcoholgehalte van 480 µg/l bij appellant had vastgesteld, wat binnen de wettelijke grenzen valt voor het opleggen van een EMA.
Appellant betwistte de juistheid van de ademalcoholmeting, de procedure rondom het onderzoek en stelde dat hij niet voldoende gelegenheid had gekregen om zijn bezwaren toe te lichten. De rechtbank vond echter geen reden om aan de juistheid van de meting te twijfelen en verwierp het beroep.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het oordeel van de rechtbank. De Afdeling oordeelde dat appellant expliciet afstand had gedaan van zijn recht op een tegenonderzoek, dat het vermoeden van rijden onder invloed voldoende was onderbouwd met observaties van de verbalisanten, en dat het gebruikte ademanalyseapparaat voldeed aan de kwaliteitseisen ondanks dat het niet volgens de ministeriële regeling was aangewezen.
Verder werd geoordeeld dat het CBR terecht geen hoorzitting hield, omdat het bezwaarschrift niet leidde tot twijfel over het besluit. De Afdeling concludeerde dat het CBR terecht de EMA had opgelegd en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de oplegging van de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer aan appellant wegens een ademalcoholgehalte van 480 µg/l.