ECLI:NL:RVS:2021:1843
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan Derde Tuinbouwgebied 2019 vanwege bouwvlakafwijkingen
De raad van de gemeente Kaag en Braassem stelde op 27 januari 2020 het bestemmingsplan 'Derde Tuinbouwgebied 2019' vast, dat het Derde Tuinbouwgebied van een actueel juridisch-planologisch kader voorziet met als uitgangspunt het continueren van bestaande rechten. Appellante, eigenaar van een perceel binnen het plangebied, stelde beroep in omdat het bouwvlak op haar perceel volgens haar niet overeenkomt met het bouwvlak uit het voorheen geldende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Oost Plus', maar ten opzichte daarvan is verkleind.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep inhoudelijk getoetst. De raad heeft het bouwvlak zo goed mogelijk overgenomen van de plankaart van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied Oost Plus', waarbij rekening is gehouden met de beperkte nauwkeurigheid van de oudere plankaart en is uitgegaan van herkenbare referentiepunten zoals een sloot en bebouwing. De Afdeling oordeelt dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bouwvlak in overeenstemming is met het eerdere plan en dat de aanpassingen na de zienswijze van appellante voldoende zijn.
De door appellante aangevoerde argumenten, waaronder twijfel over de gebruikte uitgangspunten, verschillen in kaarten en de ligging van het bouwvlak, slagen niet. Ook de overgelegde Hinderwetvergunning biedt geen aanleiding tot een ander oordeel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Derde Tuinbouwgebied 2019 wordt ongegrond verklaard.