ECLI:NL:RVS:2021:1847
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen aanwijzing locatie voor ondergrondse restafvalcontainer in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft bij besluit van 6 januari 2020 de locatie Leidseweg 30 F-G aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). De Vereniging van Eigenaars (VvE) maakte bezwaar tegen deze aanwijzing vanwege vrees voor stank- en geluidshinder en mogelijke verzakking van de riolering.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep van de VvE behandeld en geoordeeld dat het college bij de locatiekeuze beleidsruimte heeft en in redelijkheid tot zijn keuze heeft kunnen komen. De procedurele bezwaren van de VvE over inspraak en bezwaartermijnen zijn verworpen omdat deze geen gevolgen hebben voor de rechtmatigheid van het besluit.
De Afdeling acht het niet aannemelijk dat de ORAC ernstige stank- of geluidshinder zal veroorzaken, mede gelet op de technische voorzieningen en het schoonmaakregime. Ook de vrees voor verzakking van de riolering is ongegrond geacht, omdat ter plaatse geen riolering ligt en de installatie deskundig zal worden uitgevoerd.
Verder is overwogen dat de door de VvE voorgestelde alternatieve locatie niet geschikter is vanwege aanwezige kabels en leidingen en ongunstige loopafstanden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de VvE tegen de locatieaanwijzing voor de ORAC is ongegrond verklaard.