ECLI:NL:RVS:2021:1859
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitstel van vertrek vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 1 december 2020 het verzoek van een vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 12 februari 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag en verzocht hij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 22 juli 2021 het beroep van de vreemdeling tegen een eerdere afwijzing van een verblijfsvergunning asiel ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit oordeel bij uitspraak van 18 augustus 2021 en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De vreemdeling bracht geen nieuwe feiten of omstandigheden aan die aanleiding geven tot een ander oordeel.
De voorzieningenrechter van de Raad van State heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 19 augustus 2021 in het openbaar door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier M.J. Keeman-Folador.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van uitstel van vertrek wordt afgewezen.