ECLI:NL:RVS:2021:1868
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 november 2020 het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro 2000 af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 4 januari 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling op 28 juni 2021 ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht op 20 augustus 2021 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de stukken voor het hoger beroep nog niet volledig zijn ontvangen en treft daarom bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Deze houdt in dat de op korte termijn voorziene beëindiging van de opvang van de vreemdeling wordt opgeschort. De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter zal na ontvangst van de resterende stukken op het resterende deel van het verzoek beslissen. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 20 augustus 2021.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat de beëindiging van de opvang wordt opgeschort en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.