ECLI:NL:RVS:2021:187
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak inzake asielverblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af bij besluiten van 11 juli 2019 en 30 juni 2020. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was afgerond. De vreemdeling gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 29 januari 2021 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.