ECLI:NL:RVS:2021:1885
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last tot brandwerend maken gevelopeningen in zijgevel pand te Groningen
Het college van burgemeester en wethouders van Groningen legde appellant een last onder dwangsom op om gevelopeningen in de zijgevel van zijn pand brandwerend te maken met een weerstand van 30 minuten, conform het Bouwbesluit 2012. Appellant had ramen van spiegeldraadglas geplaatst, maar het college stelde dat deze niet voldeden aan de brandwerendheidseisen en bovendien niet correct waren geplaatst, met ruimte tussen glas en kozijnen.
Appellant voerde aan dat hij aan de last had voldaan en dat het college het bewijs moest leveren dat het glas niet voldeed. Ook stelde hij dat de last disproportioneel was, het gelijkheidsbeginsel was geschonden, en dat de procedure niet correct was gevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat de overtreding niet was beëindigd, dat het opleggen van de last niet disproportioneel of onredelijk is, en dat appellant onvoldoende concrete voorbeelden gaf van schending van het gelijkheidsbeginsel. Klachten over de procedure en de onafhankelijkheid van de adviescommissie werden eveneens verworpen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het beroep ongegrond was verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de last tot brandwerend maken van de gevelopeningen wordt bevestigd.