ECLI:NL:RVS:2021:1898
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bij ontbreken tewerkstellingsvergunningen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellant een boete van €72.000,- op wegens het laten verrichten van arbeid door negen Roemeense vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. Appellant had de werkzaamheden via een keten van bedrijven uitbesteed, waarbij de vreemdelingen via een Roemeens bedrijf waren ingeschakeld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en stelde de boete vast op €69.500,-. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat sprake was van een zuivere grensoverschrijdende dienstverrichting, waardoor de Detacheringsrichtlijn van toepassing zou zijn en de vergunningplicht niet.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen niet in dienst waren van het Roemeense bedrijf, dat slechts een administratieve rol vervulde, en dat het gezag over de vreemdelingen bij het Nederlandse bedrijf lag. Hierdoor viel de situatie niet onder de Detacheringsrichtlijn en was de Wet arbeid vreemdelingen van toepassing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de boete bevestigd.