ECLI:NL:RVS:2021:1911
Raad van State
- Hoger beroep
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgevingsvergunningplicht en handhaving erfafscheiding in Hoofddorp
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer legde aan [appellanten sub 2], eigenaren van een woning in Hoofddorp, een last onder dwangsom op om objecten voor de voorgevelrooilijn te verwijderen of te verlagen tot maximaal 1 meter. Deze objecten waren geplaatst zonder omgevingsvergunning en overschreden de maximale toegestane hoogte volgens het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de objecten niet als erfafscheiding konden worden aangemerkt en dat zij vergunningvrij als tuinmeubilair konden worden geplaatst. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl [appellanten sub 2] incidenteel hoger beroep instelden.
De Raad van State stelde vast dat de objecten wel degelijk bouwwerken zijn en in hun samenhang een erfafscheiding vormen, ondanks dat ze niet direct op de erfgrens staan en er een beukenhaag tussen staat. De hoogte van 1,70 meter overschrijdt de maximale hoogte van 1 meter voor erfafscheidingen, waardoor sprake is van een overtreding van de Wabo. Het college is daarom bevoegd handhavend op te treden.
Verder werd geoordeeld dat het handhavend optreden niet onevenredig is, ook niet gelet op financiële gevolgen of aantasting van woongenot. Het beroep van [appellanten sub 2] tegen het collegebesluit werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd. De last onder dwangsom herleeft met een schorsing van drie maanden om onredelijke dwangsombetaling te voorkomen.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep van het college gegrond en vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter, waardoor de last onder dwangsom herleeft.