ECLI:NL:RVS:2021:1963
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen berekening huurtoeslag en rekenhuur over 2017-2018
Appellante ontving huurtoeslagvoorschotten over 2017 en 2018 voor haar huurwoning in Dordrecht. De Belastingdienst stelde de huurtoeslag over 2017 definitief vast op €1.062,00 en vorderde een te veel betaald voorschot terug. Over 2018 werd aanvankelijk een voorschot op nihil vastgesteld, later definitief berekend op €445,00.
De kern van het geschil betrof de hoogte van de rekenhuur die bij de huurtoeslagberekening moest worden toegepast, met name de splitsing tussen kale huur en bijkomende kosten zoals servicekosten en een meubelpakket. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de Belastingdienst terecht was uitgegaan van door de verhuurder verstrekte gegevens voor 2017 en dat voor 2018 de kale huur op 55% van de overeengekomen huurprijs mocht worden gesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst ten onrechte in de bezwaarprocedure niet was uitgegaan van de door de verhuurder verstrekte gegevens voor 2018, waardoor het besluit over het voorschot huurtoeslag 2018 in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb Pro). Dit besluit werd vernietigd en het primaire besluit herroepen. De berekening over 2017 werd bevestigd. De Belastingdienst werd verplicht het betaalde griffierecht aan appellante te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit over het voorschot huurtoeslag 2018 is vernietigd; de berekening huurtoeslag 2017 is bevestigd.