ECLI:NL:RVS:2021:1980
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake geloofwaardigheid identiteit vreemdeling en nareisprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd, ondanks twijfel over haar identiteit. De rechtbank vernietigde een besluit van de staatssecretaris en handhaafde de rechtsgevolgen, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee als deskundigenadvies kon worden beschouwd en dat de staatssecretaris voldoende gemotiveerd had waarom hij twijfelde aan de identiteit van de vreemdeling. Hoewel de vreemdeling betoogde dat de twijfel niet gelijk staat aan ongeloofwaardigheid, faalde dit verweer omdat zij haar identiteit niet op andere wijze aannemelijk had gemaakt.
De Raad van State benadrukte dat het niet aannemelijk zijn van de identiteit in deze procedure niet betekent dat de nareisprocedure kansloos is. De vreemdeling kan in die procedure alsnog haar identiteit aannemelijk maken met een nieuwe gelegaliseerde taskera. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.