ECLI:NL:RVS:2021:201
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opschorting uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 17 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag heeft dit besluit op 28 januari 2021 vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de uitspraak van de rechtbank niet uitgevoerd hoeft te worden totdat het hoger beroep is beslist. De staatssecretaris voerde aan dat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening op 3 februari 2021 zou verlopen, wat spoedeisend belang gaf.
De voorzieningenrechter heeft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening getroffen om de werking van de uitspraak van de rechtbank op te schorten zolang het hoger beroep loopt. De vreemdeling krijgt een termijn om inhoudelijk te reageren, waarna een definitieve beslissing volgt. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank wordt opgeschort totdat het hoger beroep is beslist.