ECLI:NL:RVS:2021:2027
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- G.T.J.M. Jurgens
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over last onder bestuursdwang en dwangsommen voor keldermuur en draagconstructie in Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft op 2 januari 2018 een last onder bestuursdwang opgelegd aan de eigenaar van een pand aan de [locatie 1] te Utrecht, vanwege ernstige uitbuigingen van de keldermuur en onveilige situaties door een onafgeschermde achtergevel. Tevens zijn dwangsommen opgelegd voor herstel van de draagconstructie en achtergevel. De rechtbank Midden-Nederland heeft deze besluiten vernietigd en herroepen omdat het college onvoldoende onderbouwing leverde dat de tijdelijke stutconstructie onvoldoende was en dat sprake was van vergunningplichtige bouwactiviteiten.
In hoger beroep betoogt het college dat de rechtbank ten onrechte het beroep gegrond heeft verklaard en dat het college wel degelijk aannemelijk heeft gemaakt dat de stutconstructie niet voldeed en dat de verwijdering van de achtergevel een vergunningplichtige verandering van de draagconstructie betrof. De Afdeling stelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de tijdelijke stutconstructie niet voldeed en dat het college niet tijdig de bouwtechnische rapporten heeft betrokken. Ook is het college niet geslaagd in het aantonen dat de achtergevel een draagconstructie is.
De Afdeling erkent dat er sprake is van overtreding van voorschriften uit de Woningwet en het Bouwbesluit 2012, maar oordeelt dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat de opgelegde lasten proportioneel en noodzakelijk waren. Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.