ECLI:NL:RVS:2021:2028
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.D. van Heijningen
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit geslachtsnaamswijziging na zorgvuldige hoorzitting kind
In deze bestuursrechtelijke procedure stond de aanvraag tot geslachtsnaamswijziging van een minderjarig kind centraal. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had in een eerdere tussenuitspraak de minister opgedragen om een gebrek in het besluit nader te motiveren, waarbij met name de schriftelijke verklaring van het kind dat hij de naamswijziging niet wenste, betrokken moest worden.
Na een nieuwe hoorzitting met het kind, waarbij het kind verklaarde dat de eerdere verklaring onder druk van zijn moeder was opgesteld en hij nog steeds achter de naamswijziging staat, heeft de minister het besluit nader gemotiveerd en het belang van het kind benadrukt. Appellante voerde aan dat het kind niet deskundig en zorgvuldig was gehoord en dat de naamswijziging zou leiden tot contactverlies.
De Afdeling oordeelde dat het kind op zorgvuldige wijze is gehoord, dat het Besluit geslachtsnaamswijziging minderjarigen van twaalf jaar en ouder zelfstandige wil toekent, en dat het belang van het kind zwaarder weegt dan de bezwaren van appellante. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het eerdere vonnis en het besluit van de minister, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd appellante het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot geslachtsnaamswijziging blijft in stand en appellante krijgt griffierecht vergoed.