ECLI:NL:RVS:2021:2034
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing Nederlanderschap wegens verblijfsgat in Aruba
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van appellante om het Nederlanderschap te verkrijgen af omdat zij niet onafgebroken toelating en hoofdverblijf had in Aruba. Dit verblijfsgat van 6 november 2016 tot 2 juni 2017 leidde tot afwijzing op grond van artikel 8 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit vanwege onzorgvuldige voorbereiding, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante stelde dat de staatssecretaris onzorgvuldig handelde door geen nadere inlichtingen in te winnen bij de DIMAS, die later met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning verleende.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van de staatssecretaris niet onrechtmatig was omdat ten tijde van het besluit niet duidelijk was dat de DIMAS een vergunning zou afgeven. Wel stelde de Raad vast dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende voor de kosten van internationaal telefaxen, omdat deze kosten volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht wel vergoedbaar zijn.
De Raad vernietigde daarom dat deel van de uitspraak van de rechtbank, bevestigde de rest, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee is het hoger beroep deels gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover geen proceskostenvergoeding werd toegekend voor internationale telefaxkosten.