ECLI:NL:RVS:2021:2056
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplannen Buitengebied 2018 en Veegplan wegens onzorgvuldigheden en strijdigheden
De raad van de gemeente Boxmeer stelde op 16 mei 2019 het bestemmingsplan Buitengebied 2018 vast en op 30 april 2020 het Veegplan Buitengebied 2018 als actualisatie daarvan. Diverse appellanten, waaronder particulieren, bedrijven en TenneT, maakten beroep tegen deze besluiten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde deze beroepen gezamenlijk.
De beroepen betroffen onder meer de toekenning van agrarische bestemmingen zonder voldoende motivering, het ontbreken van bouwvlakken waar volgens appellanten recht op was, de toekenning van persoonsgebonden overgangsrecht voor bedrijfswoningen, en de planologische regeling voor een kalkoenslachterij. De Afdeling oordeelde dat de raad onvoldoende onderzoek en motivering had verricht, met name voor het perceel te Rijkevoort waar een stal staat zonder passend bouwvlak, en voor het perceel Heihekkenseweg 4 waar de woonbestemming onterecht was uitgebreid.
Daarnaast werd geoordeeld dat het Veegplan onzorgvuldig was voorbereid doordat het plan geen rekening hield met een verleende omgevingsvergunning voor een kalkoenslachterij, en dat de regeling voor opslag op het perceel te Sambeek onduidelijk en onvoldoende gemotiveerd was. Voor andere beroepen, zoals die van TenneT en enkele particulieren, werd het beroep ongegrond verklaard. De Afdeling veroordeelde de raad tot vergoeding van proceskosten aan enkele appellanten en legde een termijn op voor het nemen van een nieuw besluit voor het perceel waar het bouwvlak ontbrak.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt delen van de bestemmingsplannen Buitengebied 2018 en Veegplan en beveelt de raad tot het nemen van een nieuw besluit binnen zes maanden.