ECLI:NL:RVS:2021:2091
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen bewaring vreemdeling wegens elektronische ondertekening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 11 maart 2021 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep indiende.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat dit niet mogelijk is in bewaringszaken. De staatssecretaris klaagde dat de rechtbank onvoldoende onderzoek had verricht naar het tijdstip van ondertekening van de maatregel van bewaring, waarbij een verschil van een uur tussen het ondertekeningstijdstip en het uitreikingstijdstip werd vastgesteld.
De staatssecretaris legde uit dat dit verschil veroorzaakt werd door de overgang tussen wintertijd en zomertijd, wat de rechtbank niet had gevraagd toe te lichten. De Afdeling oordeelde dat hoewel de uitleg van de staatssecretaris juist is, hij niet tijdig kenbaar had gemaakt hoe de tijdsaanduiding werkt bij elektronische handtekeningen. Hierdoor voldeed de maatregel niet aan de vereisten van artikel 5.3, eerste lid, van het Vb 2000. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.