ECLI:NL:RVS:2021:2123
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en bevestiging bestemmingsplan Klaprozenbuurt met voorwaarden bouwhoogte
De raad van de gemeente Amsterdam stelde op 13 februari 2020 het bestemmingsplan Klaprozenbuurt vast, waarin een conserverende bestemming 'Bedrijf' met wijzigingsbevoegdheid naar 'Gemengd' werd opgenomen. Appellante, woonachtig in een nabijgelegen woonboothaven, stelde dat het plan onduidelijkheid bevatte over maximale bouwhoogte van de nieuwe woongebouwen, wat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een tussenuitspraak bevestigde.
De Afdeling oordeelde dat het ontbreken van een objectief criterium voor bouwhoogte de rechtszekerheid voor omwonenden aantastte en vernietigde het besluit voor zover het artikel 21.4 van de planregels betreft. De raad stelde vervolgens op 16 juni 2021 een gewijzigd bestemmingsplan vast waarin een kaart met maximale bouwhoogtes werd toegevoegd, waarbij de hoogte afneemt naarmate gebouwen dichter bij de woonboothaven staan.
Appellante betoogde dat de vastgestelde bouwhoogtes te hoog zijn en dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de gevolgen voor haar persoonlijke levenssfeer en schaduwwerking. De Afdeling stelde vast dat de raad een bezonningsstudie had laten uitvoeren waaruit bleek dat de schaduwwerking beperkt en acceptabel is. Ook de afstand tussen woongebouwen en woonboten werd als aanvaardbaar beoordeeld.
De Afdeling concludeerde dat de raad in redelijkheid de bouwhoogtes heeft vastgesteld en dat appellante niet onevenredig wordt benadeeld. Het beroep tegen het wijzigingsbesluit werd ongegrond verklaard. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het oorspronkelijke bestemmingsplan wordt vernietigd wegens onduidelijkheid over bouwhoogte, het gewijzigde plan met objectieve bouwhoogtecriteria wordt bevestigd.