ECLI:NL:RVS:2021:2139
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 30 juni 2021 een besluit om een aanvraag van een vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 26 augustus 2021 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek hield in dat de staatssecretaris niet aan de uitspraak van de rechtbank hoefde te voldoen totdat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot op 23 september 2021 een voorlopige voorziening te treffen. De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.