ECLI:NL:RVS:2021:214
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Nederlanderschap aan familielid EU-burger met tijdelijk verblijfsrecht
De zaak betreft het hoger beroep van een Afghaanse vrouw die het Nederlanderschap wilde verkrijgen. Zij beschikte over een verblijfsdocument als familielid van een burger van de Europese Unie, gebaseerd op artikel 20 VWEU Pro, vanwege haar minderjarige Nederlandse kinderen. De staatssecretaris wees haar verzoek om Nederlanderschap af, omdat zij niet voldeed aan de eis van duurzaam verblijf zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Verblijfsrichtlijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vrouw ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij stelde dat het besluit van de staatssecretaris ondeugdelijk was gemotiveerd en dat het verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU Pro niet meegenomen was in de beoordeling.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris niet alleen verwees naar het ontbreken van duurzaam verblijf, maar ook gemotiveerd had dat het verblijfsrecht tijdelijk van aard is en niet leidt tot duurzaam verblijf. Het betoog van de appellant faalde daarom. De Afdeling bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het Nederlanderschap wordt bevestigd.