ECLI:NL:RVS:2021:2140
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel en verzoek voorlopige voorziening
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 28 december 2020 werd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 augustus 2021 ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen om de afwijzing te schorsen tijdens de behandeling van het hoger beroep. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek beoordeeld op basis van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht.
Na afweging van de belangen en het dossier heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Dit betekent dat de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel voorlopig blijft gelden totdat het hoger beroep inhoudelijk is behandeld en beslist.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.M.H. Hoogvliet op 23 september 2021, in aanwezigheid van griffier G.A. van de Sluis.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen.