ECLI:NL:RVS:2021:2140

Raad van State

Datum uitspraak
23 september 2021
Publicatiedatum
24 september 2021
Zaaknummer
202105998/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • G.M.H. Hoogvliet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel en verzoek voorlopige voorziening

De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 28 december 2020 werd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 17 augustus 2021 ongegrond verklaarde.

Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen om de afwijzing te schorsen tijdens de behandeling van het hoger beroep. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek beoordeeld op basis van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht.

Na afweging van de belangen en het dossier heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Dit betekent dat de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel voorlopig blijft gelden totdat het hoger beroep inhoudelijk is behandeld en beslist.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter G.M.H. Hoogvliet op 23 september 2021, in aanwezigheid van griffier G.A. van de Sluis.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen.

Uitspraak

202105998/2/V2.
Datum uitspraak: 23 september 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 17 augustus 2021 in zaak nr. NL21.635 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 28 december 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 17 augustus 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
Aldus vastgesteld door mr. G.M.H. Hoogvliet, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.A. van de Sluis, griffier.
w.g. Hoogvliet
voorzieningenrechter
w.g. Van de Sluis
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2021
915