ECLI:NL:RVS:2021:2153
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen gedoogplicht aanleg hoogspanningsverbinding Zuid-West 380kV
Bij besluit van 19 juli 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan TenneT TSO B.V. de plicht opgelegd aan de rechthebbenden, waaronder verzoeker, om de aanleg en instandhouding van de hoogspanningsverbinding Zuid-West 380kV-West-Borssele-Rilland te gedogen. Verzoeker is eigenaar van percelen waarop deze verbinding wordt aangelegd en heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit en een voorlopige voorziening gevraagd om de aanleg te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en overwogen dat de procedurele en inhoudelijke bezwaren van verzoeker in de bodemprocedure beoordeeld moeten worden. De belangenafweging in deze voorlopige voorziening weegt zwaar mee dat TenneT de aanleg wil starten om de leveringszekerheid van elektriciteit in Zeeland te waarborgen en dat uitstel grote vertraging en schade veroorzaakt.
Verzoeker stelde onder meer dat zijn eigendomsrecht wordt geschonden en dat gezondheidsrisico’s door magneetvelden onvoldoende zijn onderzocht. De Afdeling heeft echter eerder geoordeeld dat het inpassingsplan onherroepelijk is en dat de woning van verzoeker buiten de kritische magneetveldzone ligt. Ook de vermeende schade aan vee is onvoldoende onderbouwd.
De voorzieningenrechter concludeert dat de belangen van TenneT en het algemene belang bij een betrouwbaar elektriciteitsnet zwaarder wegen dan de belangen van verzoeker bij het voorkomen van tijdelijke hinder en mogelijke gezondheidszorgen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de gedoogplicht voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding is afgewezen.