ECLI:NL:RVS:2021:2156
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 12 maart 2020 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en hem opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten. Na intrekking van dit terugkeerbesluit op 22 februari 2021, werd op 6 augustus 2021 opnieuw een terugkeerbesluit genomen. De rechtbank verklaarde op 7 september 2021 het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. De vreemdeling gaf een schriftelijke uiteenzetting.
De voorzieningenrechter overwoog dat de staatssecretaris binnen zes maanden na verzending van de uitspraak van de rechtbank een nieuw besluit moet nemen en dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van de voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.