ECLI:NL:RVS:2021:2160
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 22 september 2020 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opnieuw is afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 juli 2021 dit beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateert dat het hoger beroep niet gericht is tegen de inhoud van de uitspraak van de rechtbank, aangezien de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak onjuist zou zijn. Hierdoor kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en hoeft de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 29 september 2021.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een inhoudelijk verweer.