ECLI:NL:RVS:2021:2172
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- J.Th. Drop
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking subsidie Tennispark Lichtenberg wegens onredelijk gebruik bevoegdheid
De zaak betreft het hoger beroep van Stichting Tennispark Lichtenberg tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Weert tot intrekking van een gemeentelijke subsidie die onderdeel uitmaakte van een provinciale subsidie voor het behoud van monumenten. De subsidie was toegekend voor restauratiewerkzaamheden aan het tennispark en het Melkhuisje, maar deze werkzaamheden zijn niet binnen de gestelde termijn uitgevoerd.
De rechtbank had geoordeeld dat het college bevoegd was de subsidie in te trekken op grond van artikel 4:48, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de activiteiten waarvoor de subsidie was verleend niet hadden plaatsgevonden binnen de looptijd van de provinciale subsidie. De stichting stelde dat zij niet op de hoogte was van de voorwaarden en dat het college onredelijk had gehandeld door de subsidie in te trekken.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college nagelaten heeft om de voorwaarden en termijnen van de provinciale subsidie expliciet aan de stichting op te leggen in het subsidieverleningsbesluit. Hierdoor was de stichting niet gebonden aan de provinciale termijn. Ook heeft het college de stichting niet geïnformeerd over het feit dat de provinciale subsidie niet langer beschikbaar was na de eindafrekening. Gezien deze omstandigheden kon het college in redelijkheid geen gebruik maken van de intrekkingsbevoegdheid.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en gelast dat het college een nieuw besluit neemt. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Het college wordt verplicht de betaalde griffierechten aan de stichting te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de subsidie wordt vernietigd omdat het college onredelijk gebruik maakte van zijn bevoegdheid.