ECLI:NL:RVS:2021:2179
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en verhoging tegemoetkoming planschade na wijziging bestemmingsplan in Midden-Groningen
Appellant, eigenaar of vruchtgebruiker van percelen in de gemeente Meede, verzocht om een tegemoetkoming in planschade vanwege wijziging van bestemmingen die de waarde van zijn percelen deed dalen. Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen kende aanvankelijk een bedrag van €2.100 toe, later verhoogd naar €12.250 na herziening.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte bij de waardebepaling rekening had gehouden met het overgangsrecht van het nieuwe bestemmingsplan, waardoor de waarde van de percelen te hoog was vastgesteld.
De Afdeling vernietigde het eerdere besluit en stelde de tegemoetkoming in planschade zelf vast op €17.150, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 november 2017. Tevens oordeelde de Afdeling dat het bestemmingsplan onherroepelijk en rechtmatig is, zodat verzoeken om schadevergoeding wegens onrechtmatigheid niet toewijsbaar zijn. De berekening van de rente door het college werd niet in deze procedure beoordeeld.
Uitkomst: De tegemoetkoming in planschade wordt vastgesteld op €17.150, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 november 2017.