ECLI:NL:RVS:2021:2194

Raad van State

Datum uitspraak
30 september 2021
Publicatiedatum
1 oktober 2021
Zaaknummer
202105623/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.Th. Drop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Bulgarije

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling op 10 augustus 2021 in bewaring gesteld en op 13 augustus 2021 besloten tot overdracht aan Bulgarije. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze besluiten bij de rechtbank, die deze beroepen ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat hij wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist, en tevens om de maatregel van bewaring op te heffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk is dat het overdrachtsbesluit in hoger beroep in stand zal blijven en besloot daarom de overdracht voorlopig op te schorten.

Echter, voor de maatregel van bewaring was het niet aannemelijk dat deze in hoger beroep zou worden vernietigd, zodat het verzoek tot opheffing van de bewaring werd afgewezen. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde.

Uitkomst: De overdracht van de vreemdeling aan Bulgarije wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist; het verzoek tot opheffing van de bewaring wordt afgewezen.

Uitspraak

202105623/2/V3.
Datum uitspraak: 30 september 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 27 augustus 2021 in zaken nrs. NL21.13141 en NL21.13143 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 10 augustus 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij besluit van 13 augustus 2021 heeft de staatssecretaris bepaald dat de vreemdeling wordt overgedragen aan Bulgarije.
Bij uitspraak van 27 augustus 2021 heeft de rechtbank de tegen deze besluiten door de vreemdeling ingestelde beroepen ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist.
2.       Gelet op wat is aangevoerd, is naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank voor zover het gaat om het overdrachtsbesluit, in hoger beroep in stand zal blijven. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.       Ook heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht de maatregel van bewaring op te heffen.
4.       Het is op dit moment niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank voor zover deze gaat over de maatregel van bewaring, in hoger beroep zal worden vernietigd. Daarom heft de voorzieningenrechter de maatregel niet op. Het verzoek wordt in zoverre afgewezen.
5.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt overgedragen voordat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II.       wijst het verzoek voor het overige af;
III.      veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 748,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Bechinka
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2021
371-967