ECLI:NL:RVS:2021:2208
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit afwijzing opheffing inreisverbod wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 augustus 2019 het verzoek van een vreemdeling om het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod op te heffen af. De vreemdeling, afkomstig uit Afghanistan en sinds 2000 in Nederland verblijvend, werd uitgesloten van de vluchtelingenstatus op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag wegens gedragingen uit de periode 1980-1986.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd hoe het besluit zich verhoudt tot het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank het toetsingskader correct had toegepast en dat het niet ingaan op het Unierechtelijke openbare-ordecriterium niet automatisch betekent dat de evenredigheid verkeerd is beoordeeld. De staatssecretaris had onvoldoende rekening gehouden met individuele omstandigheden zoals de hoge leeftijd en medische klachten van de vreemdeling.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.