ECLI:NL:RVS:2021:2215
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens intrekken niet-behandeling asielaanvraag
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris aanvankelijk niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure gaf de staatssecretaris aan de asielaanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling te hebben genomen. Hierdoor was het doel van het hoger beroep komen te vervallen, omdat de vreemdeling het beoogde resultaat had bereikt zonder dat het hoger beroep inhoudelijk hoefde te worden behandeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk en wees een vergoeding van proceskosten door de staatssecretaris af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, met mr. N. Verheij als lid en mr. M.T. Annen als griffier.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen.