Uitspraak
Datum uitspraak: 6 oktober 2021
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer
Raad van State
De raad van de gemeente Apeldoorn stelde op 11 februari 2021 het bestemmingsplan vast voor de herontwikkeling van het dorpshart van Ugchelen, waaronder de bouw van negen patiowoningen op Ugchelseweg 201 en een appartementengebouw met 20 appartementen op Molecatenlaan 15. Het college verleende op 4 maart 2021 een omgevingsvergunning voor de activiteiten op deze locaties.
Appellanten, bewoners van Ugchelen, voerden aan dat het plan onzorgvuldig was voorbereid, onvoldoende rekening hield met dorpsvisies en dat de koppeling van de locaties financieel gemotiveerd was. Ook uitten zij zorgen over de omvang van het appartementencomplex, het ontbreken van groenvoorzieningen en de parkeerdruk. De Afdeling oordeelde dat de Crisis- en herstelwet van toepassing was en dat de snelheid van de procedure geen onzorgvuldigheid opleverde. De raad had alle zienswijzen behandeld en de Dorpsraad was betrokken.
De Afdeling stelde vast dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het plan financieel uitvoerbaar was en dat het bestemmingsplan voldeed aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. De bouwhoogte en het volume van het appartementencomplex waren passend binnen het bestaande beleid en de bestaande bebouwing. De zorgen over groenvoorzieningen en parkeren waren onvoldoende om het plan te vernietigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.